Project Leren Verbeteren ook preventief aan de slag

Door Claudia Smit

Per 1 augustus heeft B&T het Project Leren Verbeteren overgenomen van de VO-raad. Hoewel het aantal zeer zwakke afdelingen van scholen steeds verder afneemt, zien projectleiders Hans Sandtke en Tijmen Bolk én het ministerie van OCW nog voldoende nieuwe uitdagingen, zoals het betrekken van de eindverantwoordelijk schoolleider bij een verbetertraject: “Als schoolleiding moet je weten hoe goed het onderwijs in de school is en daar moet je bewust op sturen.”

Naadloze overgang

Het Project Leren Verbeteren bestaat al zeven jaar en werd voorheen uitgevoerd door de VO-raad. Voor de komende vier jaar is het, na een aanbesteding, toegewezen aan B&T. De huidige projectleiders Hans Sandtke en Tijmen Bolk zijn beiden al jarenlang betrokken bij Leren Verbeteren. “Ook de gehele pool van twintig adviseurs was bereid om mee over te gaan naar B&T”, vertelt Sandtke. “Zij zijn de kracht van het project en zo blijft hun jarenlange ervaring behouden.”

Er vond een naadloze overgang plaats, vervolgt hij. “Er is geen enkel traject tussen wal en schip geraakt, ook niet trajecten die voor de zomer zijn gestart en nog doorlopen.” Sinds begin september lopen er alweer 24 nieuwe trajecten van Leren Verbeteren op scholen. “Dat laat zien dat men ons gelukkig nog steeds weet te vinden.” “Het aantal zwakke afdelingen ligt op dit moment boven de honderd”, vult Bolk aan. “Er is dus nog wel wat werk aan de winkel.”

Risicoscholen

De tweede fase van Leren Verbeteren haakt nadrukkelijk aan op de succesformule van de eerste. Sandtke: “Het is niet nodig het allemaal anders te doen als het goed is. Bovendien willen we de herkenbaarheid van het project behouden.”

Ook de tweede fase van Leren Verbeteren heeft als doel om zwakke en zeer zwakke afdelingen zo snel mogelijk weer terug te brengen op basisniveau. Het aantal zeer zwakke afdelingen is de afgelopen jaren sterk teruggelopen, vertelt Bolk: “Dat komt doordat bestuurders en schoolleiders beter zijn gaan opletten. Ze zijn goed op de hoogte en gaan sneller over tot actie. Maar als je het aantal zwakke afdelingen wilt verminderen, zal je nog eerder moeten ingrijpen.”

Leren Verbeteren wil daarom ook scholen bereiken die nog niet zijn aangemerkt als zwak, maar waar de resultaten en de indicatoren wel aangeven dat de kans groot is dat het mis zal gaan. Hierop ligt in deze tweede fase meer nadruk dan voorheen. “Dit zijn de risicoscholen”, aldus Sandtke. “We hopen daar preventief te kunnen werken en ervoor te zorgen dat scholen nooit daadwerkelijk het stadium van zwak bereiken.”

Kosteloze ondersteuning

De adviseurs van het project krijgen een seintje van de onderwijsinspectie als een afdeling zwak of zeer zwak wordt bevonden. “Als de school ons daarna niet benadert, bellen wij hen op om te vertellen dat ze aanspraak kunnen maken op deels kosteloze ondersteuning. Dat weten ze niet allemaal. Daarom hebben we de inspectie ook gevraagd om onder aan de brief aan de (zeer) zwakke afdeling ons project te vermelden”, zegt Sandtke. Ook risicoscholen zijn al in beeld bij de inspectie, aangezien deze beoordeelt op gemiddelde resultaten van drie jaar. “Als de inspectie ziet dat het na twee jaar niet de goede kant uitgaat, krijgt de school een waarschuwing. Dan moet er wat gebeuren om niet na de drie jaar het oordeel ‘zwak’ te krijgen.”

Om Leren Verbeteren verder onder de aandacht te brengen is het project aangekondigd in de nieuwsbrief van OCW en werd dit najaar op de jaarlijkse netwerkdag van de Vereniging Netwerk Kwaliteiszorg VO aandacht aan het project besteed. “We richten ons nu op het hele voortgezet onderwijs en niet alleen op scholen die al risicoschool zijn of (zeer) zwak”, vertelt Bolk. Leren Verbeteren zal in het voorjaar een aantal bijeenkomsten organiseren voor medewerkers kwaliteitszorg en ook op het VO-congres in maart aanwezig zijn.

Instrumentenkoffer

Wat doen de adviseurs van Leren Verbeteren precies op een school? “Aan het begin inventariseren we wat er aan de hand is: we bestuderen documenten, bezoeken lessen en praten met docenten en schoolleiders”, schetst Sandtke. “We brengen dus een soort instrumentenkoffer mee en doen suggesties over wat kan helpen. Vervolgens volgen we twee sporen. Ten eerste moeten op korte termijn de resultaten verbeteren. Dat klinkt alsof we quick fixes toepassen, en misschien is dat ook wel zo, maar het zijn wel dingen waarvan we weten dat ze werken. Bij een langer traject bekijkt de adviseur samen met de schoolleiding hoe een systematiek die de resultaten bewaakt en zo nodig bijstuurt, geborgd kan worden.”

De adviseurs bieden vier dagdelen ondersteuning op een risicoschool, drie dagen op een zwakke afdeling en meestal een jaar lang een dag in de week op een zeer zwakke afdeling. Ze interveniëren niet: “Dat moet de school zelf doen. Wij zetten de schoolleiding op het goede spoor en laten zien wat zij zouden kunnen doen.”

De adviseurs van Leren Verbeteren spelen bij de huidige trajecten ook al in op het nieuwe toezichtkader van de inspectie. “Een belangrijk voordeel daarvan is dat we risicoscholen goed kunnen aangeven wat ook in de toekomst risico’s zullen zijn”, verklaart Sandtke.

Grotere rol schoolleider

Vanaf heden is er een grotere rol weggelegd voor de eindverantwoordelijk schoolleider in verbetertrajecten. Het is in deze tweede fase van het project ook een voorwaarde om de subsidie te krijgen. Sandtke: “Als de schoolleiding er met de rug naartoe gaat staan, kun je niet verwachten dat het team zelf stappen zet.”

Sandtke en Bolk benadrukken dat het van groot belang is dat schoolleiders op een professionele manier met alle partijen in de school over kwaliteit praten. “Als schoolleiding moet je weten hoe goed het onderwijs in de school is en moet je daar bewust op sturen”, zegt Sandtke. “Het professionele gesprek over kwaliteit voer je continu, niet pas als de resultaten niet goed zijn. Betrek iedereen, zowel partijen die het goed doen als degenen die het moeilijker hebben.”

Review in plaats van audit

De werkwijze van Leren Verbeteren sluit hierop aan, vertelt Bolk: “Voorheen werd aan het begin van het verbetertraject een audit gehouden door twee experts en twee peers. De audits boden geen ruimte voor vragen of een gesprek; het was eenrichtingsverkeer. Dat vinden we niet meer van deze tijd. Het is krachtiger als je samen met het hele team conclusies trekt.”

Het project werkt nu met een review door twee adviseurs van Leren Verbeteren, twee mensen van de schoolleiding en twee docenten. Bolk: “Met elkaar gaan zij een dag analyseren, gesprekken voeren, lessen bezoeken en documenten bespreken. In een volgende bijeenkomst geven de twee docenten een terugkoppeling aan de andere docenten. Zij vertalen de waarnemingen naar verbeteracties. De conclusies worden nu door de school zelf getrokken en passen ook bij de school, alle docenten zijn direct betrokken en zijn tevens samen verantwoordelijk voor de vertaalslag naar het onderwijs. De review is nu een eerste stap van het verbeteren, omdat docenten en schoolleiding al samen nadenken over het probleem en oplossingen aandragen. Bovendien is het creëren van draagvlak helemaal geen issue meer.”

Om de scholen te ondersteunen blijven de adviseurs van Leren Verbeteren een grote rol spelen. Bolk: “We zullen bij de adviseurs daarom nog meer dan voorheen letten op kwaliteit. Tussentijds en na afloop evalueren we met de scholen hoe het traject verloopt en hoe de adviseurs daaraan bijdragen.”

Wilt u weten wat Leren Verbeteren voor uw school kan betekenen? Neem gerust contact met ons op.

Terug naar overzicht
Kwaliteit verbeteren in 6 stappen

Kwaliteit verbeteren in 6 stappen

In zes concrete stappen werkt u aan het verbeteren van opbrengsten en onderwijskwaliteit. Hierbij is niet alleen aandacht voor wat scholen kunnen doen om de onderwijskwaliteit te verbeteren, maar vooral ook
met wie en hoe.

Ga zelf aan de slag met ons materiaal

Brochures

Gebruik de handige brochures en praktische waaiers uit ons informatiepakket en laat u inspireren door de praktijkervaringen in diverse artikelen

Direct inzicht in de stand van zaken

Urgentiemeter

Deze meter geeft u een prognose van het komend inspectieoordeel, het urgentiebesef en de actiegerichtheid van uw school. Zijn de juiste ingrediënten in huis om een kwalitatief gezonde school te blijven of te worden?